Na wat losse opmerkingen van Truus aan Piet over een wereldreis met het hele gezin, besluit hij om een Citroen HY te kopen en deze in te timmeren als kampeerwagen. Je kent die wagen wel: ribbeltjesplaten aan de zijkant, ook wel uitgescholden voor 'Patatwagen". Wij zijn met de voorbereidingen ongeveer 3 maanden bezig geweest. Het meeste aan de auto en niet wat we gingen doen, we zouden wel zien. Welnu: dat hebben we geweten ook. Het bleek een hele crime om 2 schoolgaande kinderen mee te krijgen op een wereldreis. Na veel praten is dat toch gelukt, zij kregen de schoolboeken mee. Het was 1973, en de wereld lag voor ons open. Onze trip kenmerkte zich door vooral niet precies te plannen waar we heen gingen. Meestal als er een stuk gereden was en het kampeerplekje er mooi uit zag, stopte we en genoten van dat ogenblik. Dat was soms al na 15 minuten rijden.
In het begin van de reis sliepen Martin en ik in een tent welke we iedere avond moesten opzetten. Piet en Truus op het grote bed (de tafel zakte tussen de banken en was best wel ruim) en Tinka sliep op een bed over de voorstoelen, met gordijntjes en al. Na enkele weken werd het voor ons als jongens veel makkelijker om maar gewoon op de grond te slapen dan in een tent. Ook Tinka sliep wel eens buiten in een hangmat. De landen waar wij doorheen reden, waren heel anders dan de vakantieplaatjes welke we voor ogen hadden. Erg veel armoede in de binnenlanden maar wel altijd vriendelijke mensen. Al snel leerden wij dat als je ergens wilde kamperen, dat je het beste bij het mooiste of het grootste huis moest zijn. Dat was meestal de landeigenaar of de notabele, waar we dan vroegen of je ergens hier mocht kamperen met onze wagen. Nou, 99 van de 100 keer: bingo! Ga maar staan al het land is van mij, en kregen vervolgens altijd wel wat te eten of te drinken. Die gastvrijheid was echt.
De landen waar wij doorheen reden waren, België, Frankrijk, Spanje, Portugal, Spanje, Marokko, Algerije. Vervolgens weer langs de Spaanse kust, Zuid-Frankrijk, Italië, Griekenland, Turkije, Cyprus, Israël, per boot terug naar Istanboel! Vervolgens over de Balkan, Oostenrijk, Zwitserland, Duitsland, Denenmarken, Zweden, Noorwegen, terug naar Zweden, Finland en door Lapland naar de noordpoolcirkel. Mocht u van muggen (24 uur per dag!) houden, dan vooral de Noordpoolcirkel doen.
We reden via de fjorden van Noorwegen terug naar de stad Bergen, daar vandaan met een boot naar Schotland. Verder rijden: Wales, Engeland, Frankrijk en België. Pas toen, 74.000 kilometer na de start, kregen we last van heimwee. Dus maar meteen teruggereden naar Venhuizen.
Van alle landen die wij op onze trip hebben bezocht, was Portugal erg mooi en vriendelijk. Marokko vooral mysterieus en koud, daar bleek dat onze planning niet zo goed was, warme kleding hadden wij totaal niet bij ons net zoals laarzen. We sliepen buiten in onze slaapzak en werden in het Atlasgebergte wakker onder een laagje sneeuw!
Turkije, dat was anders maar ook heel gastvrij. Wij konden Tinka als jonge blonde godin daar verkopen, volgens Piet bracht zij niet genoeg op. Handel is handel, nietwaar? We genoten ook van Finland met de prachtige, ongerepte natuur met ijskoude waters en rond lopende elanden en rendieren.
De Balkan (Bulgarije, Roemenië, Yougoslavië) was erg arm. De boeren sliepen soms op de grond onder hun wagen en het paard stond er dan naast te grazen. En wij hadden een camper. Dan is verschil in rijkdom pas echt voelbaar. Cyprus daarentegen was warm en ook erg rijk. Je kon de sinaasappels zo van de bomen af plukken.
Deze reis is voor ons allemaal een onvervangbare herinnering geworden, waarin we op de manier van echte reizigers iets van de wereld hebben mogen beleven. Elke dag een ander landschap, een andere cultuur. Zo hebben Truus en ik zoveel mogelijk musea bezocht. Al die landschappen, de architectuur en de ontmoetingen onderweg?
Om nooit te vergeten!
Peter